Home > Natuurbescherming

Schade aan bijenkorven door beren is het meest voorkomende mens-beer conflict in Slowakije, verantwoordelijk voor 29% van alle uiteindelijke betaalde compensaties voor schade door beren in de periode 2005 tot 2016. Dit negatieve aspect van beren krijgt disproportioneel veel aandacht in de media, wat leidt tot een toename van angst voor beren en de roep tot een vermindering van het aantal beren aanwakkert. Er is een sterke behoefte om te laten zien dat er levensvatbare en effectieve alternatieven zijn voor het doden of opsluiten van beren die schade veroorzaken. Het algemene doel is een harmonieus samenleven van mensen en beren. Dat is hard nodig om het voorbestaan van beren in het door mensen gedomineerde Centraal Europa te garanderen.

De project activiteiten bestaan uit het installeren en onderhouden van hoogwaardige, beerbestendige elektrische afscheidingen en een onderzoek naar de ervaringen en houdingen van de imkers. Er zullen vijf afscheidingen worden geplaatst. Controle op beer-activiteit vindt plaats door middel van cameravallen, sporenonderzoek en gesprekken met de imkers. Onder de imkers wordt ook een enquête gehouden om beter te begrijpen welke problemen zij ondervinden.

Het doel van dit project is om de basis (genetische variatie en structuur) te leggen van de Venezolaanse brilbeer populaties welke gebruikt kan worden voor het ontwikkelen van een beschermingsplan, voor de beer en zijn leefgebied. Om dit ultieme doel te bewerkstelligen heeft dit project diverse uitgangpunten:

  • Het achterhalen van genetische patronen in en tussen populaties (genetische variëteit en discontinuiteit);
  • Het vaststellen van het aantal en de verspreiding van unieke populaties (ESU’s);
  • Het onderzoeken van genetische patronen in relatie tot landschapskenmerken (topografie, habitat types, menselijke verstoring, grootte van habitat en afstand tussen habitat etc.).

De onderzoeksmethoden zijn verdeeld in drie fases: veldwerk/onderzoek, DNA microsatelliet analyse, en analyses van genetische variatie / geostatistiek in en tussen de populaties.

Het project heeft twee protocollen opgeleverd die het vermogen van de onderzoeksteams vergroten om haarmonsters in het veld te verzamelen en de kans op DNA-amplificatiesucces te vergroten tijdens het analyseren van de monsters in het laboratorium. Bovendien heeft de Venezolaanse overheid dit project en de ontwikkelde methodologieën als officieel programma overgenomen. De nieuwe “Monitoring van de Andes-berenpopulatie in het Venezolaanse Andes-programma” is een nationaal programma van het Ministerie van Milieu dat alle technieken en protocollen gebruikt die voor dit project zijn ontwikkeld. Daarnaast worden de technieken gebruikt in twee aanvullende projecten die zich richten op het onderzoeken en monitoren van brilberenpopulaties met behulp van dergelijke technieken.

Tijdens een eerdere studie in 2012-2013 heeft het onderzoeksteam met behulp van cameravallen het markeergedrag van brilberen nabij Sumaco Biosphere Reserve in Ecuador vastgelegd. Gedurende 306 zogenaamde cameravaldagen werden 22 video’s van tenminste acht verschillende individuen gemaakt. Naast de bevindingen werden er tijdens de pilot studie ook enkele belangrijke onderzoeksbehoeften geïdentificeerd.

  • Vooralsnog blijft het onduidelijk wat nu het exacte doel is van markeergedrag bij brilberen.
  • Er is weinig tot niets bekend over de status van de lokale beerpopulatie in het studiegebied. Betrouwbare gegevens hierover dienen verzameld te worden waardoor beslissingen over management m.b.t. bescherming van beren zorgvuldig genomen kunnen worden.
  • Er is er vrijwel niets bekend over specifieke kenmerken van markeerplekken (boomsoort, kenmerken van het terrein, ruimtelijke relatie tot beer-mens conflicten) van beren in het algemeen en brilberen in het bijzonder.

In het huidige project gaat het onderzoeksteam deze aspecten nader bekijken a.d.h.v. cameravallen en het in kaart brengen van berenspoordata (krabsporen, uitwerpselen, haarmonsters etc.) in twee gebieden in Ecuador (Province Napo in het noorden – onderzoeksgebied 1, Province Zamora Chinchipe in het zuiden – onderzoeksgebied 2) tussen 2016-2020. Daarnaast is het doel om een database aan te leggen van genetisch materiaal (haar en poep) van brilberen. Een dergelijke database is erg belangrijk voor zowel lokale als internationale onderzoeksdoeleinden (populatie genetica, isotoop analyses, vegetatie onderzoek etc.) en bevordert samenwerking tussen verschillende groepen. Daarnaast geven de video opnames van de cameravallen inzicht in bijzonder beergedrag, zelfs voor de wetenschap nieuw gedrag voor beren, waarbij de beer de specifieke markeerboom met zijn klauwen krabt en schuurt, waarna hij/zij de geur van de boom systematisch in de vacht van zijn kop wrijft. Meer over het gedrag volgt zodra dit verder door de onderzoekers geanalyseerd is. Hoe meer er over deze soort bekend wordt, hoe beter de brilbeer (en soorten in zijn directe leefgebied) effectief beschermd kunnen worden!

Dit project werd financieel ondersteund tussen 2005-2006. Een aantal lokale gidsen werd getraind om te paard omliggende dorpjes af te gaan en de boeren te interviewen. Op die manier inventariseerden zij het aantal aanvallen van een beer op vee. Er werd in dit project bewust gekozen voor lokale gidsen; zij kennen de boeren en dat maakt de kans op medewerking groter. Onderzoekers van buitenaf zouden veel meer moeite hebben om alle informatie boven tafel te halen. In totaal zijn in zeventien dorpjes 65 mensen geïnterviewd. Daaruit kwam naar voren dat er zich sinds 2000 slechts 83 incidenten met koeien hebben voorgedaan. Bij de helft hiervan gaat het om een aanval van een brilbeer, bij een derde van de gevallen zijn koeien verdwenen (waarschijnlijk gestolen) en in de overige gevallen zijn het ongelukken waarbij koeien bijvoorbeeld op de hellingen zijn uitgeleden en moesten worden afgemaakt. De beer is dus verantwoordelijk voor de helft van de slachtoffers. Gelukkig zijn de boeren in de meeste gevallen economisch niet afhankelijk van hun (kleine aantal) koeien, wat de schade uiteindelijk weer beperkt. Het totale aantal incidenten is niet hoog. Veel van de incidenten vinden plaats bij vee waar geen koeienhoeder bij is. Dat maakt het moeilijk om voldoende, goede informatie te verzamelen.

In Venezuela worden de gegevens gebruikt voor het opstellen van een nationaal beheersplan voor de brilbeer. Er is ook contact met omringende landen, waar men met dezelfde problemen kampt. Het is belangrijk om ervaringen te delen, aangezien de gevolgen van de conflicten er de afgelopen 30 jaar voor hebben gezorgd dat de berenpopulatie in Venezuela drastisch is afgenomen. In Ecuador werkt men aan een vergelijkbaar onderzoek.

Het doel van dit project is om de basis te leggen voor een wetenschappelijk onderbouwd beschermingsplan voor de Kamchatka bruine beer. Belangrijke aspecten van deze ondersoort die nog niet onderzocht zijn en waar dit project zich op zal richten zijn:

  • de genetische opbouw en diversiteit van de populatie, 
  • hoe beren omgaan met stress veroorzaakt door menselijke activiteiten en klimaatverandering in het gebied
  • wat de rol is van diverse voedselitems in het dieet van de beren in relatie tot de mate van stress
  • vergelijken van huidige bevindingen met resultaten van onderzoek uit 2002-2005 om zo een beeld te krijgen van de populatie
  • in kaart brengen van beer-mens conflicten en aandragen van oplossingen

Genetisch onderzoek zal gedaan worden door prikkeldraad rondom bomen te spannen om zo haar te verzamelen waar DNA uitgehaald wordt. Deze bomen worden zorgvuldig uitgezocht, het zijn namelijk zogenaamde ‘rub trees’ waar beren vaker gebruik van maken om hun geur achter te laten voor andere beren in hun territorium. Daarnaast worden gedragsobservaties gedaan en wordt het gebied uitvoerig in kaart gebracht (o.a. vegetatie, terrein, voedselvoorziening en menselijke verstoring). De mate van stress in beren wordt gemeten door het testen op aanwezigheid van bepaalde stoffen in de verzamelde haren. In het jaar dat het project door Bears in Mind gesteund werd, is de basis gelegd voor een langetermijnstudie naar bovenstaande aspecten. Helaas is er geen continueringsvoorstel door de onderzoekers ingediend en kon het project niet langer door ons ondersteund worden.

Het project wordt uitgevoerd door de Nepalese NGO ‘Green Governance Nepal’ (GGN). Het team zal de belangrijkste ‘spelers’ interviewen over Rode panda’s. Parkwachters, rangers, mensen die in de bufferzone werken van de betreffende nationale parken en conservation areas, maar ook boeren, herders, boswachters, leraren, monniken en wetshandhavers. De belangrijkste factoren die de verspreiding van Rode panda’s bepalen zijn de hoogte, vegetatie en de oriëntatie van een berghelling ten opzichte van de zon (in het Engels ‘aspect’ genaamd). Deze zullen in het studiegebied onderzocht worden, met name tussen de 2000-4000 meter. Uit de literatuur blijkt dat Rode panda’s in Nepal, India en Bhutan alleen voorkomen op deze hoogte. Er wordt een onderzoek naar habitatselectie gedaan en men kijkt naar sporen en poep. Uiteraard worden ook waarnemingen genoteerd. Er zal een gedetailleerde verspreidingskaart worden samengesteld, waarin ook data wordt meegenomen van eerder onderzoek in Nepal. Met behulp van de verspreidingskaart zullen (grote) lacunes in de verspreiding van Rode panda’s duidelijk worden, maar ook waar (mogelijke) corridors tussen beschermde gebieden zijn of gecreëerd kunnen worden. Daarnaast kunnen voorspellingen gedaan worden wat de effecten van klimaatsverandering zullen zijn, door de huidige data van de verspreiding van Rode panda’s te vergelijken met data van eerdere onderzoeken in Nepal.

Resultaten
Hoewel de Rode panda voor komt in subtropische en gematigde bossen tussen 2.800 – 4.000m hoogte waar bamboo groeit, gelijk aan het bovenbeschreven onderzoeksgebied in ANCA en KNP, is het team er niet in geslaagd om de aanwezigheid van de kleine panda’s aan te tonen / dan wel te bevestigen. Daartegenover staat dat de resultaten uit de interviews met verschillende groepen in ANCA de aanwezigheid van Rode panda’s weldegelijk bevestigden. Hier moeten wel kanttekeningen bij geplaatst worden omdat de kennis van Rode panda’s bij de lokale bevolking beperkt bleek. Vervolgonderzoek, o.a. met behulp van cameravallen, zal meer inzicht moeten geven in de aan-, dan wel afwezigheid van de soort in dit deel van Nepal.

Onderzoek in Hormozgan
In samenwerking met diverse ministeries is in 2009 in de provincie Hormozgan een project van start gegaan om de berenpopulatie vast te stellen en na te gaan wat de belangrijkste bedreigingen zijn. Dit gebeurde door gebruik van cameravallen en interviews met de lokale bevolking. Uit analyses van de beelden kon een schatting van de grootte van de populatie en verspreiding gemaakt worden. Uit de interviews bleek dat het verspreidingsgebied groter is dan men oorspronkelijk had aangenomen. De bewoners hadden namelijk ook beren in andere aangrenzende gebieden gezien. Daarnaast werd duidelijk dat het aantal beer-mens conflicten behoorlijk hoog is. De onderzoekers beschikten nu over verspreidingskaarten van de beren, wisten waar veel beer-mens conflicten plaatsvonden en hadden meer informatie over de ecologie van de beer en de bedreigingen in het voortbestaan van de soort. Een mooie start voor vervolg van het project dat in totaal 10 jaar zal duren! Bashagard werd gekozen tot gebied waar de pilot zou gaan plaatsvinden. Hier leven veel beren, zijn veel conflicten en de levensstandaard van de bevolking is laag.

Samen met de lokale bevolking
Na analyse van de sociale, economische en culturele status van de bevolking werd samen met verschillende ministeries waaronder dat van landbouw, natuur en milieu, onderwijs, cultuur en toerisme een actieplan opgesteld. Doel: beschermen van de Aziatische zwarte beer samen met de lokale bevolking van Bashagard die daardoor ook in zijn eigen voortbestaan kan voorzien! Bears in Mind steunt het eerste jaar van uitvoering waarin verder onderzoek naar de ecologie, verspreiding en variatie in de zwarte beerpopulatie wordt vastgelegd. Dit gebeurt door middel van camerabeelden, nagaan van vraatsporen, poeponderzoek, lokaliseren van winternesten, etc.

Om het mens-beer conflict te reduceren loopt nu een experiment waarin de lokale bevolking zich kan verzekeren tegen schade door beren aan hun vee of landbouwproducten. Daarnaast loopt een intensief educatieprogramma met vooral aandacht voor de rol van de beer in het ecosysteem en de mogelijkheid van de mens om in harmonie met beren te kunnen leven. Mensen leren over overbegrazing, erosie, ontwikkelen van bedrijfjes, realisatie van een natuurgebied waarin zij zelf een belangrijke rol spelen én van kunnen leven!

Partner:

Asiatic Black Bear Project / Earth’s Whisper

Met behulp van de drones kunnen stroperij activiteiten gesignaleerd, en verwoestende brandhaarden gelokaliseerd worden. Sinds 2013 voert het team van Phoenix Fund testvluchten uit met diverse drone-modellen in verschillende weersomstandigheden en terrein om na te gaan welke drone het meest geschikt is voor het onherbergzame en extreem uitgestrekte gebied in deze uithoek van de wereld: ‘Land of the Leopard National Park’. In de twee jaar die volgden, financieel gesteund door Bears in Mind, heeft het team van Phoenix Fund de parkwachters en rangers van diverse nationale parken uitvoerig getraind (17 trainingssessies waarbij in totaal 25 UAV bestuurders zijn opgeleid) in de bediening van de drones en quadcopters. Hoewel zonder financiële steun van Bears in Mind, loopt het project door.  

In de Noordoostelijke regio zijn conflicten tussen mens en beer, met name met de Aziatische zwarte beer, een veel voorkomend probleem. De lokale bevolking heeft weinig kennis van beren en probeert ieder dier te doden dat zich in de buurt van de dorpen begeeft. Beren komen regelmatig op de maïsveldjes aan de rand van de dorpen af.

Educatie en bewustwording over het belang van het beschermen van deze beersoorten in Myanmar heeft prioriteit. De druk op wilde berenpopulaties en hun leefgebieden neemt steeds verder toe. Dit onderzoek, ondersteund door Bears in Mind in 2012-2013, is het eerste in zijn soort in Myanmar. Het heeft belangrijke informatie gegeven, die nodig is om de beer en zijn leefgebied op lange termijn te kunnen beschermen. Er zijn eerste stappen gezet in het in kaart brengen van de verspreiding een de aantallen beren in dit gebied, de mate van conflicten tussen mens en beer, waardoor aanbevelingen gedaan zijn aan lokale autoriteiten en beleidsmakers. Op weg naar een nationaal beschermingsplan!

Soms ondersteund Bears in Mind ook projecten waar het in eerste instantie niet direct om beren gaat, maar om dieren die hun leefgebied delen met beren. Zo ook een onderzoek naar Veelvraten in Noorwegen, tussen 2003-2008. De resultaten van het onderzoek laten zien dat de veelvraten enerzijds graag in de hoge Alpine gebieden vertoeven, maar dat het gebied onder de boomgrens evenzeer aantrekkelijk is. In het overgangsgebied tussen hoog toendra en het lager gelegen bos is namelijk veel voedsel te vinden voor de veelvraat. De schaapskuddes hebben het soms zwaar te verduren, maar ook allerlei andere prooidieren zijn slachtoffer. Het onderzoek laat overduidelijk zien dat, in gebieden waar veelvraten samen met wolven leven, de dieren handig gebruik maken van de eland kadavers die de wolven achterlaten. De wolven zijn begin jaren negentig in het gebied teruggekomen. Na enkele jaren arriveerden in hetzelfde gebied de eerste veelvraten. Het blijkt dat veelvraten in dit gebied overstappen van rendier (kadavers en eigen vangst) en kleine prooidieren (eigen vangst) naar enkel eland kadavers. Veelvraten staan bekend als rovers van prooien van andere roofdieren, maar afhankelijk van hun leefomgeving is dit dus niet altijd zo.

Uit een analyse van de habitatvoorkeur van lynx, wolf, beer en veelvraat blijkt dat de vier goed bij elkaar kunnen leven. Elke soort maakt namelijk anders gebruik van zijn habitat. De veelvraat zoekt met name hogere delen op en de lynx, wolf en beer zijn echte bosbewoners. De lynx gebruikt de laagste delen van het bos. Daarboven tref je de wolf en als laatste de beer. De beer leeft het dichtst bij de veelvraat die zich het hoogst op de helling bevindt.