Berengal wordt historisch gezien al eeuwenlang gebruikt in de traditionele Chinese geneeskunde (TCM) vanwege de hoge concentratie ursodeoxycholzuur (UDCA) en de mogelijke effectiviteit bij de behandeling van ontstekingsgerelateerde aandoeningen en leverziekten. Vroeger werd gal verkregen van wilde beren, maar door een onstabiel aanbod en een groeiende vraag werden er in de late 20e eeuw technieken ontwikkeld om gal te extraheren van levende beren. Dit leidde uiteindelijk tot de opkomst van de berengalindustrie in verschillende delen van Azië, waaronder Zuid-Korea.
In Zuid-Korea werd de commerciële berengalindustrie vanaf 1981 door de overheid gestimuleerd, waarbij honderden beren werden geïmporteerd om de populaties in gevangenschap uit te breiden. Ondanks toenemende internationale kritiek groeide de industrie in de jaren 90 volop. In de loop der tijd leidden voorlichtingscampagnes door NGO’s en beleidshervormingen echter tot een geleidelijke afname van het aantal berengalboerderijen en in gevangenschap levende beren. In 2022 waren er nog 322 beren in gevangenschap in Zuid-Korea. In januari 2022 tekende het Ministerie van Milieu formeel een overeenkomst om de berengalindustrie te beëindigen en opvangfaciliteiten voor gevangen beren op te zetten. Sinds 1 januari 2026 is berengalindustrie en galwinning bij beren officieel verboden.



De Zuid-Koreaanse overheid heeft sindsdien geïnvesteerd in opvangfaciliteiten, zoals het opvangcentrum voor gevangen beren in Gurye (voor 49 beren) en een geplande faciliteit in Seocheon (voor 70 beren). Toch is het, zelfs met twee grote opvangcentra, uiterst moeilijk om alle overgebleven galberen in Zuid-Korea onder te brengen.



Begin 2026 zitten er nog bijna tweehonderd beren op boerderijen, wat aantoont dat de binnenlandse capaciteit ontoereikend is. Om deze reden wordt internationale herplaatsing overwogen als onderdeel van een breder langetermijnstrategie. Het verplaatsen van sommige beren naar andere landen lost het hele probleem niet op, maar het is een essentiële en praktische stap om het aantal beren in de galboerderijen te verminderen en internationale samenwerking op het gebied van dierenwelzijn te bevorderen.
Om deze reden voerden Koen Cuyten van Bears in Mind en prof. DH Jeong van de Chungbuk National University in Zuid-Korea tijdens de IBA-berenconferentie in Canada in 2024 een gesprek over de capaciteitsproblemen voor galberen in Korea en mogelijke internationale herplaatsingsopties. Tijdens deze discussie werd een initieel plan ontwikkeld om een veilig en langdurig thuis te bieden aan een groep Zuid-Koreaanse galberen in verschillende Europese landen.
In maart 2025 hield het team van Bears in Mind, prof. DH Jeong en een delegatie van de Korean Animal Welfare Association (KAWA), Dyrenes Beskyttelse (de Deense Dierenbescherming) een overleg in Knuthenborg Safaripark in Denemarken. Tijdens deze bijeenkomst werden technische, logistieke en welzijnsgerelateerde uitdagingen besproken met betrekking tot de mogelijke herplaatsing van een groep van 6 tot 8 Aziatische zwarte beren (Ursus thibetanus) uit Zuid-Korea, zodra het verbod op het houden van beren in boerderijen voor hun gal in 2026 in werking zou treden.

In november 2025 kwam dezelfde coalitie, waaronder vertegenwoordigers van Bears in Mind, Knuthenborg Safaripark, Dyrenes Beskyttelse, prof. DH Jeong en KAWA opnieuw bijeen in Seoel om concrete voorbereidende stappen te zetten voor de export van zes galberen. Tijdens dit bezoek voerde de groep een gezamenlijk bezoek uit aan de grootste galberenboerderij in Dangjin, waar bijna honderd beren leefden onder extreem slechte omstandigheden. De coalitie was ook getuige van de redding van twee beren van een andere boerderij door de Korea National Park Service. Deze geredde dieren werden vervolgens overgebracht naar de door de overheid beheerde opvangfaciliteit in Gurye.



Na deze bezoeken is de ontwikkeling van een nieuw groot berenverblijf in Denemarken aanzienlijk versneld. Bears in Mind heeft de coördinatie met Deense partners voortgezet met betrekking tot de voorbereidingen voor het transport en advies bij de bouw van de faciliteit, terwijl prof. DH Jeong en KAWA de discussies hebben ondersteund over de identificatie van geschikte beren voor herplaatsing. Tegelijkertijd liepen de voorbereidingen met een gespecialiseerde internationale luchtvrachtvervoerder om veilige en diervriendelijke transportomstandigheden te waarborgen.
Gedurende vele jaren hebben talloze individuen en organisaties hun inzet getoond om het probleem van beren in gevangenschap in Korea op te lossen, en hun werk gaat vandaag de dag nog steeds door. Wij waarderen hun onwrikbare toewijding oprecht en hopen dat alle ‘galberen’ binnenkort een vreedzamer en comfortabeler leven kunnen leiden en weer beer mogen zijn.

