De brilbeer komt voor in Zuid-Amerika, vooral in het Andesgebergte, vaak in afgelegen en moeilijk toegankelijke gebieden. Dit onherbergzame leefgebied heeft er waarschijnlijk aan bijgedragen dat de soort nog niet is uitgestorven. Brilberen leven voornamelijk in bergwouden rond 2000 meter hoogte, maar worden soms ook aangetroffen op steppes en zelfs in woestijnachtige gebieden. Hun opvallende blonde tekening rond de ogen, die vaak doorloopt tot op de borst, geeft de soort zijn naam: ‘brilbeer’. Elke beer heeft een unieke tekening. De brilbeer heeft een kortharige vacht van zwart tot donkerbruin en beschikt over sterke klauwen. Het is een relatief kleine berensoort die geen winterslaap houdt.
Dieet
De brilbeer eet voornamelijk plantaardig; noten, vruchten, laurier, vijgen, jonge bladeren, boomschors, zaden kruiden en honing behoren tot zijn dieet. Het liefst eet hij harten van de bromelia (een plant die in zijn leefgebied voorkomt). Heel af en toe eet hij ook een muis, konijn, insecten of zelfs een lam of hert.
Sociaal gedrag
De brilbeer leeft solitair. Ze ontlopen elkaar maar zijn daarbij niet territoriaal. Van alle beren maakt de brilbeer het meest gebruik van bomen: om voedsel te zoeken, te vluchten, maar ook om te slapen. Hij trekt takken naar elkaar toe om een nest of eetplatform te maken.
Status
Ondanks zijn grote leefgebied en zijn perfecte aanpassing aan het leven in de meest onherbergzame delen van het Andesgebergte en daarbuiten is de brilbeer toch één van de meest bedreigde berensoorten. Zijn IUCN-status is dan ook ‘kwetsbaar’. Volgens schattingen zijn er 13.000 tot 18.000 brilberen in leven. De daling in de populatie brilberen wordt voornamelijk veroorzaakt door de jacht en het verlies van zijn leefgebied.

