Winterrust bij beren

Beren hebben het goed bekeken. Zodra het kouder wordt zoeken ze een hol op en komen pas in de lente weer tevoorschijn. Althans zo lijkt het want in al die rust gebeurt er nog heel veel. Ten eerste houdt de beer niet echt een winterslaap. Bij beren heet dat winterrust. Beren gaan in de zogenoemde winterrust vanwege hun omvang. Zoogdieren die in winterslaap gaan, zijn echt de hele winter niet te zien. Dit zijn vaak de kleinere zoogdieren. Zij zijn in staat om hun lichaamstemperatuur te laten dalen tot dezelfde als de omgeving, dat betekent dus soms wel onder het vriespunt! Zo kan het dus zijn dat je een eekhoorn vindt die stijf bevroren is. Wanneer de eekhoorn langzaam wordt opgewarmd is deze echter nog springlevend!

Een beer laat vanwege zijn omvang zijn lichaamstemperatuur maar met ongeveer 5 graden dalen. Het kost te veel energie ineens en duurt te lang om zo’n groot lijf weer op te kunnen warmen. Een beer moet binnen 10 minuten paraat kunnen staan om eventueel gevaar het hoofd te bieden of te kunnen vluchten. Daarom heet het dan ook winterrust, omdat de beer niet continue in zijn hol verblijft, in tegenstelling tot de kleinere zoogdieren. Ook kan het zijn dat de beer zo af en toe nog eens in de winter zijn hol verlaat om op zoek te gaan naar een lekker kostje. Als de beer wel ligt te slapen gebeurt er wonderwel nog heel veel in zijn lijf, waar veel wetenschappers nieuwsgierig naar zijn omdat het veel oplossingen zou kunnen bieden voor menselijke lichamelijke problemen. Zoals bijvoorbeeld spieratrofie. Hoe komt het dat de spieren van de beer gedurende zijn winterrust niet afsterven? Wanneer mensen langere tijd stilliggen, neemt hun spiermassa drastisch af. Waarom niet bij de beer? Ook ontwikkelt de beer geen diabetes. Terwijl hij voordat hij in winterrust gaat toch een enorme vetlaag aanlegt en deze reserve wordt in de winterrust allemaal aangesproken. Hoe regelt de beer zijn bloedsuikerspiegel?

De stofwisseling van de beer zit heel ingenieus in elkaar. Deze stofwisseling is afhankelijk van veel omgevingsfactoren. Dat begint bij de omgevingstemperatuur en het dag-nachtritme, anders gezegd, de hoeveelheid daglicht op een dag. Ook het voedselaanbod is van belang. De beer eet ook ‘met de seizoenen mee’. Dit zijn allemaal externe signalen waarop de stofwisseling, het metabolisme van de beer reageert. Wanneer de beer ontwaakt is het lente en zijn er veel grassen aanwezig. Grassen bevatten veel vezels en daar doet de beer zich dan ook tegoed aan om zo zijn spijsverteringsstelsel op te schonen. Hierdoor wordt de maag ook voorbereid om zogenoemde ‘zomer bacteriën’ te ontwikkelen. Gedurende de zomer en herfst, wanneer de beer weer lekker bezig is om een vetlaag aan te leggen, zorgen deze zomer bacteriën voor een extra toename in gewicht in vet. Na de grassen, is er een overvloed aan fruit, met name bessen, boordevol met suiker. Ondanks die gewichtstoename blijven de beren opvallend gezond, en hun tolerantie voor glucose wordt daardoor niet beïnvloedt, ze ontwikkelen geen symptomen van suikerziekte. In de winterrust profiteren ze juist weer van ‘winter bacteriën’. Deze samenstelling van microben in hun spijsverteringstelsel zorgt er juist weer voor dat er vet wordt verbrand in plaats van een andere energiebron, het verteren van spieren, aan te spreken. Ook is er in de spieren van de beer een verhoging te vinden van zogenaamde NEAA’s; non essential amino acid (vertaald niet essentiële aminozuren). Dit zijn aminozuren die van nature voorkomen en mensen in pil vorm tot zich zouden kunnen nemen. Het blijkt echter dat het nemen van deze specifieke NEAA’s in pil vorm niet leiden tot een afname van spieratrofie. Dat betekent dat het belangrijk is dat de spieren van de beer zelf in staat zijn om dit aminozuur aan te maken. Hoe dit precies werkt  is nog niet duidelijk en om dit mogelijk te maken voor mensen is meer gen-onderzoek nodig.

Het Berenbos
In Het Berenbos leven beren die veelal hun voormalige leven in kleine betonnen kooien hebben doorgebracht. Hier konden ze hun natuurlijk gedrag niet ontwikkelen, en de meeste beren hielden dan ook geen winterrust. Eenmaal in Het Berenbos proberen we de beren weer helemaal beer te laten zijn en stimuleren we het natuurlijk gedrag zoveel als mogelijk. Een belangrijke component is voedsel. De beren krijgen in Het Berenbos een speciaal dieet, het Natuurlijk Voedsel Programma, gebaseerd op wat ze in het wild gedurende de seizoenen ook zouden eten. Met name door dit dieet gaan de voormalige circusberen, dansberen en op andere wijze misbruikte beren in Het Berenbos, langzaam weer in winterrust. Mocht er geen beer te zien zijn gedurende de winterperiode in Het Berenbos, dan hebben wij (maar vooral de beren natuurlijk) ons werk goed gedaan!